This HTML version is machine-generated. Always consult the original document.Original document (PDF), opens in new tab
ECLI:NL:GHDHA:2026:2172
Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 21-07-2026
Datum publicatie 28-07-2026
Zaaknummer 200.368.808/01
Rechtsgebieden Civiel recht
Bijzondere kenmerken Hoger beroep
Inhoudsindicatie Incidentele vordering tot voeging ex artikel 222 Rv afgewezen wegens onvoldoende samenhang van zaken (verschillende rechtsmiddelen).
Vindplaatsen Rechtspraak.nl

Uitspraak


GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel

Zaaknummer hof : 200.368.808/01

Arrest van 21 juli 2026 in het incident tot voeging ex artikel 222 Rv

in de zaak van

De Russische Federatie,
zetelend in Moskou, de Russische Federatie,
eiseres in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. I.P.M. van den Nieuwendijk, kantoorhoudend in Rotterdam,

tegen

JCS CB Privatbank,
gevestigd in Kiev, Oekraïne,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. M.A. Leijten, kantoorhoudend in Amsterdam.

[Page 1]

Het hof noemt partijen hierna RF en Privatbank.

1 De zaak in het kort

1.1 RF vordert in dit incident voeging van deze zaak met een andere tussen RF en Privatbank aanhangige zaak. Het hof wijst deze vordering af.

2 Procesverloop in hoger beroep

2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

3 Aanleiding voor dit incident

3.1 RF heeft op 30 oktober 2025 twee exploten uitgebracht waarmee zij Privatbank dagvaardt voor het hof. Het onder 2.1, eerste gedachtestreepje, genoemde exploot heeft na inkomst bij het hof zaaknummer 200.368.808 gekregen en het andere exploot zaaknummer 200.368.810.

3.2 In zaaknummer 200.368.808 vordert RF in de hoofdzaak herroeping van arresten van hof Den Haag van 16 februari 2021 en 19 juli 2022 en een arrest van de Hoge Raad van 6 december 2024 en in incident op de voet van artikel 21, 22, 194 en 195 Rv afschrift van stukken. In zaaknummer 200.368.810 vordert RF in de hoofdzaak herroeping van arbitrale vonnissen van 24 februari 2017 (zoals gecorrigeerd op 27 maart 2017) en 4 februari 2019 en in incident op de voet van artikel 21, 22, 194 en 195 Rv afschrift van stukken.

4 De vordering in incident

4.1 RF vordert in dit incident primair voeging van de zaak tussen RF en Privatbank met zaaknummer 200.368.808 met de zaak tussen RF en Privatbank met zaaknummer 200.368.810. Subsidiair vordert zij dat beide zaken op de rol worden gevoegd.

5 Beoordeling van de vordering in incident

5.1 Op grond van artikel 222 Rv kan voeging worden gevorderd van verknochte zaken die tegelijk voor dezelfde rechter aanhangig zijn.

5.2 Tussen de zaken bestaat onvoldoende samenhang. RF vordert in de ene zaak herroeping van arresten op de voet van artikel 382 Rv en in de andere herroeping van arbitrale vonnissen op de voet van artikel 1068 Rv. Hoewel het in beide zaken gaat om een vordering tot herroeping, gaat het daarbij om verschillende rechtsmiddelen.

5.3 De conclusie is dat de primaire vordering tot voeging op de voet van artikel 222 Rv zal worden afgewezen. Om de procesvoering in beide zaken gelijk te laten lopen, zal het hof de zaken 200.368.808 en 200.368.810 zoals subsidiair gevorderd wel op de rol voegen.

5.4 Het hof zal de proceskosten in het incident reserveren tot aan de beslissing in de hoofdzaak.

[Page 2]

6 Beslissing

Het hof:

in het incident

in de hoofdzaak en het incident ex artikel 21, 22, 194 en 195 Rv

Dit arrest is gewezen door mrs. P. Glazener, D.A. Schreuder en A.J. Swelheim en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 in aanwezigheid van de griffier.